top of page

Lise Surmont

Blog

In de loop van de jaren schreef ik dagboek na dagboek, omdat schrijven voor mij leven is —en leven schrijven. Zo stamt de titel van mijn poëziebundel rechtstreeks uit een gedachte in mijn dagboek: vergeet niet dat wij zwanen zijn.

 

Met mijn blog keer ik terug naar puurheid, naar de ruimte waar schrijven vanzelfsprekend is, als een zachte bries die komt en gaat wanneer er iets te vertellen valt. Ongefilterd en niet perfect. Het leven speelt zich af in de verwevenheid tussen het alledaagse en voorbijgaande, en wat een blijvende indruk nalaat.

Elk leven geeft toegang tot een uniek landschap. Ik laat jullie graag wandelen door de landschappen die in mij ontstaan zijn, tussen vergankelijkheid en doorlevende liefde.  

'L'Espérance - Hope' by Pierre Puvis de Chavannes .jpeg

Pierre Puvis de Chavannes, L'Espérance - Hope, 1872

Amor, soms begin ik de dag in snelheid om me niet opnieuw te herinneren

dat je hier niet bent

dat je hier niet woont

dat je slaapt terwijl ik wakker word

dat ik slaap terwijl je wakker bent

 

Amor, ik probeer er niet aan te denken

dat ik vannacht je huid kon voelen, helder als licht,

dat ik weet hoe zacht ze is

en hoe lang ik niet ben aangeraakt

 

ik probeer niet te kijken naar de lege stoel aan tafel en

de gouden zetel die voor jou bestemd, 

al maanden met boeken bezet —

ik troost me met Victoriaanse weetjes over bloemen, citaten die de tijd trotseerden en sprookjes die eindigen met

‘ze leefden nog lang en gelukkig’

 

Amor, het gras is afgereden en de kastanjeboom bloeit

met vruchten als witte torens wijzend naar boven

de ganzen hebben mij gewekt met hun getrompetter

ze denken ook nog altijd dat ze jou zien komen

aan het einde van de weg met je stap over de stenen en

langs de fluorescerende verkeerskegels

die de grasberm en boomwortels beschermen

de kat loopt elke dag blindelings verloren en ik kijk ernaar

 

Amor, ik probeer er niet aan te denken dat de brievenbus

meestal leeg is omdat jouw betoverende brieven ontbreken

ik schrijf jouw ingeslikte woorden 

ik draag je gespikkelde jas om het gemis te doorprikken

door heel even jou te zijn

sluit de dozen met jouw kleren 

opdat je geur niet zou ontsnappen 

 

Amor, ik heb al zoveel mooie dagen gekregen en het heeft me verrast

hoe gulzig ik het leven nog altijd in mij opneem,

en ik weet dat ik het kan omdat ik je in mij heb opgeborgen,

dat je altijd naast me staat ook wanneer niemand het weet

 

Amor, de merel fluit

de mooiste zang en ze doet haar best om de andere kant van de wereld te bereiken,

maar het is hier dat ze thuis hoort

en jij, waar hoor jij thuis?

 

Amor, ik probeer niet elke dag te zwemmen in de liefde die ik voor jou voel:

ik weet dat ik kopje onder ga en dat we elkaar nodig hebben om te drijven —

was de tijd maar in elkaar geklapt op het zeldzame moment in het Zuiden

toen we als eenheid bewogen

 

Amor, ik heb het kompas neergelegd,

laat de wijzers draaien terwijl ik doe waarvoor ik gemaakt ben

ik ben het oog, de stilte, het rustpunt —

wanneer je klaar bent met stormen, kom en leg je hoofd neer

op mijn hart en luister

 

Amor, vergeet je niet te herinneren? 

05/05/2026

Ferdinand Hodler, The Song from Far Away, 1904 - 1905

Dépayiseren

 

‘Ga je dépayiseren?,’ vroeg mijn mama nadat ik haar gezegd had dat ik mijn hoofd wou laten uitwaaien door de gezonde, zuivere, zoute zeelucht die eigen is aan het polderlandschap dat net over de Belgische grens ligt.

 

Met dat begrip begint mijn verblijf aan de overzijde, ik krijg de sleutel en toegang tot een huis waar ik twee weken lang mag schrijven en helemaal niets anders dan dat hoef te doen.

Nadat ik een rondleiding heb gekregen en een voedselvoorraad heb ingeslagen bij de dichtstbijzijnde winkel, kom ik in het donker terug aan. Ik rijd het huis bijna voorbij, — of zou ik villa mogen zeggen?

In de ogen van iemand die al vijf jaar in een omgebouwde stal woont, is dit huis enorm. Het ademt, het heeft deuren die de verschillende ruimtes van elkaar onderscheiden en een trap met een bovenruimte waar nog deuren, met daarachter nog kamers, te vinden zijn. Beneden zijn schuiframen waar grote partijen licht binnen komen.

 

Tijdens de rondleiding voel ik meteen de zin om de komende twee weken niet alleen te schrijven, maar ook een relatie met het huis te ontwikkelen. Tijdens mijn eerste avond laat ik vooral vragen opborrelen en neerdwarrelen en ik probeer ze te vangen om er later, gaandeweg, antwoorden op te vinden.

 

Ik bedenk mij dat het een eigenschap is die mij typeert: de snelheid van mijn gedachten en het verlangen om kleine vragen met een grote filosofische impact te stellen en daar ook antwoorden op te vinden.

 

Die antwoorden zijn altijd ontoereikend en dat maakt de vragen in mijn ogen des te boeiender. Die eigenschap is als een filter in mijn leven die ervoor zorgt dat sommige mensen mij heel graag hebben en anderen verdrinken, zich bedreigd of overweldigd voelen door de werking van mijn gedachten. Vanbinnen is er een groot gevoel van vrede tussen mijn gedachten- en gevoelswereld. 

 

Dat alles gaat door mij heen terwijl ik besluit om een blik te werpen van buiten naar binnen.

Binnen is er net genoeg licht, dankzij de gedempte kleur van lampen die precies goed gepositioneerd zijn. Ik besef dat ik straks deel zal worden van dit huis, dat ik mijn plaats zal innemen in het interieur in het huis dat gebouwd is in hetzelfde jaar als mijn mama geboren is.

 

Straks zal ik er gaan zitten op één van de rieten stoelen aan de ronde tafel. Het zijn dezelfde stoelen die al jaren in de garage van mijn ouders gestapeld staan, op een veiling gekocht voor hun kroost. Die kroost, mijn broer en ik, zijn nog onderweg naar een huis dat plaats genoeg heeft om alle stoelen een thuis te schenken.

De dag dat ik de rieten stoelen in mijn huis zal neerzetten, zal ik thuiskomen voor een lange tijd.

Residentie Oostburg, maart 2026

George J. Marinko, Still Life with Wedgewood and Mirror

Tiny,

 

In jouw huis heb ik gezocht en ook gevonden.

Ik kwam met grote vragen die mij het afgelopen jaar bezighouden: wat is mijn plek? Wat betekent ‘thuis’?

 

Toen ik de sleutel voor het eerst omdraaide en binnenkwam, voelde ik: thuiskomen kan ook op een plek waar je voor het eerst komt en waar niemand anders is. Het klikte meteen tussen mij en het ronde marmeren tafelblad met rieten stoelen, met de lampenkappen, de vertrouwde grote ramen met uitzicht op de tuin.

 

Het leek wel een afspraakje tussen mij en jouw huis: ‘Hebben we elkaar al eerder ontmoet?’.

 

Zo voelde jouw nest de afgelopen twee weken ook als mijn nest. In de okergele zetel voelde ik hoe mijn lichaam paste tegen de rug- en armleuning. Ik stelde me voor hoe jij daar neerzit wanneer het straks zomer is en hoe we samenvallen doorheen verschillende momenten in de tijd, ik nu hier en jij daar in het exotische Thailand.

 

Tijdens mijn verblijf zag ik de narcissen bloeien en ik eerde het godinnenbeeld in de tuin met verse paaslelies, geurige taxus en magnoliabladeren. Ik verbond me met haar en aan het einde kan ik voelen dat ze in mij is gewekt: de sensuele, zelfzekere, serene godin die evenwichtig is en weet waar ze voor staat.

 

Jouw huis was als een broeikas waarin ik me liet openvouwen door warmte en zonlicht. Ook de hagel en ijzige Zeeuwse wind lieten mij groeien en ik vond voeding in jouw boekenkast vol gedichten en verstopte postkaarten tussen bladzijden die iets lieten oplichten over jouw leven. Je hebt delen van de wereld in jouw huis verzameld, stenen en stoffen, en ik heb ze in mij opgenomen.

 

In de kast vol albums vond ik foto’s terug van jou, met een lenig lichaam, lange grijze haren en heldere, lichtgevende ogen. Zo wil ik later ook zijn. Je herinnerde mij aan levensvreugde, die is voelbaar in jouw gastvrijheid en het atelier vol verftubes en inspiratiemateriaal.

 

Tiny, ik heb in jouw huis niet alleen geschreven, ik voelde hoe slapende en verdwaalde delen van mezelf terug zijn ingedaald, sommige zijn thuisgekomen na een lange reis en andere misschien voor het eerst belichaamd.

Ik heb geschreven en ik ben geworden. In stilte ontvouwde mijn spiegelbeeld als enige gezelschap zich tot een dame waar ik graag bij ben en naar verlang nog meer tijd mee door te brengen. Alle woorden die uit andere monden kwamen met meningen die mij klein lieten voelen, heb ik met de wind meegegeven en nu kan ik voelen hoe licht ik ben. Ik ben onbezoedeld, onschuldig, pasgeboren.

 

Wat je huis mij schonk was een ritueel dat mij toeliet om te herbeginnen. Om opnieuw lief te hebben, om het geleefde op te bergen en te koesteren als deel van mij. Sommige verhalen zijn nooit af, ze hebben open eindes en toch mag ik opnieuw beginnen.

 

Op de laatste dag van mijn verblijf is de eerste tulp opengegaan, met haar rode bladeren eerst nog dicht tegen elkaar aan. Samen met het daglicht liet ze ook haar stamper en stuifmeel zien — ze opende zich. Ik opende mij samen met haar. Liefde heeft geen naam meer, liefde is overal waar ik ga.

 

Ik ben thuisgekomen.

 

Residentie Oostburg, maart 2026

*******

bottom of page